Stroopwafels en klompen
20 maart 2011 - Asgabat, Turkmenistan
De dag vertraging die ik heb opgelopen op mijn originele Turkmenistanplannen werkt in mijn voordeel. Op zondagochtend is er nabij Ashgabat een gigantische markt, de Tolkuchkabazaar. Tot voor enkele jaren lag die dichter bij het centrum, maar geheel conform de bouwwoede van iemand met aandelen in de marmerindustrie vindt de bazaar nu plaats in een wit-glimmend complex ver buiten de stad. Gelukkig is een taxi regelen hier geen probleem. Volgens het Russische systeem steek je je hand uit langs de weg en stopt er al snel een chauffeur die wat bij wil verdienen. Na de rituele afdingonderhandeling kan je voor geen geld naar je bestemming. Kent de bestuurder het adres niet dan volgt nog een rondje langs winkeltjes, bekenden of een telefoontje naar een wegguru. Uiteindelijk geraak je er wel.
Tolkuchka is, zoals de reisgids al aangaf, gigantisch. Uitgebreider dan de grootste hypermarkt kan je er werkelijk alles vinden: van traditionele hoedjes over vers fruit en vlees tot meubels. Aan de rand staan zelfs glimmende auto's te wachten op een nieuwe eigenaar. Na het inslaan van wat proviand en souvenirs loop ik over één van de open vlaktes tussen de verschillende paviljoenen. Een kerel van een jaar of 20 vraagt me, zoals wel vaker hier (Tejo en Liset hadden daar ook last van), of ik uit Amerika kom. Het verschil met de andere korte gesprekjes die ik tot nog toe had is dat hij het Engels meer dan behoorlijk beheerst. Hij heet Ergesh en werkt hier in het souvenirwinkeltje van zijn tante. De wederzijdse nieuwsgierigheid bindt ons en we ondervragen elkaar honderduit. Zijn relaas geeft een aardig inzicht in het leven van de jonge generatie Turkmenen.
Erg veel goeds heeft hij niet te vertellen over zijn land, "99% slechte dingen, 1% goede". Gevraagd naar de 1% moet hij het antwoord schuldig blijven. Als fan van Tokio Hotel valt er nauwelijks aan rockmuziek te komen hier. Alles kost veel geld, in het bijzonder goede (lees: niet-Chinese) spullen en studeren aan de universiteit. Daarom heeft hij het plan opgevat volgend jaar een een Wit-Russische universiteit te gaan studeren voor olie-ingenieur. Niet verwonderlijk als je woont in een land dat volledig draait op de ontginning van aardgas en -in mindere mate- olie. De politie is hier bijzonder repressief en bestraft alles, zelfs roken op straat is verboden. Afgelopen november eindigde zijn legerdienst. Gedurende 2 jaar word je hier de facto gevangen gehouden in een legerkazerne. Omdat er, begrijpelijk, gevreesd wordt voor deserties en zelfmoord (er zijn genoeg gevallen bekend) worden de rekruten zeer nauw in de gaten gehouden. De familie kan af en toe op bezoek komen - meer zit er niet in. In een bijzonder milde bui sluit hij zijn verhaal af met de opmerking dat Turkmenistan nog een jong land is dat nog moet groeien.
Na zijn weinig succesvolle zoektocht naar een zonnebril moet hij terug naar het winkeltje. Ik krijg er koffie en een rondleiding aangeboden. Voordien had ik al gelezen over de bijgelovigheid van de Turkmenen maar mijn spreekwoordelijke klomp breekt als ik zie wat hier een van de bestverkopende geluksbrengers is. In een vlaag van absurditeit en assimilatie hebben de Chinese prullariafabrieken Nederlandse klompjes, inclusief driekleurig vlagje om ze bij elkaar te houden, blauw gekleurd en er stickers van het in deze streken alomtegenwoordige "boze oog" op geplakt. Niemand heeft er ook maar het flauwste benul van dat het hier om omgetoverde Nederlandse symbolen gaat. Met graagte neem ik een exemplaar in ontvangst: voor de ultieme samenvloeiing van Nederland, China en Turkmenistan maak ik thuis wel een plekje vrij. Betalen mag ik niet, maar om in de sfeer te blijven deel ik mijn laatste stroopwafels uit als wederdienst. 
De beruchte klompen.

Ergesh, met afgekeurde zonnebril.
De etnograaf-detective in mij blijft bijzonder nieuwsgierig naar het ontstaansverhaal van deze kleurrijke geluksbrengers. Vaag herinner ik me verhalen van Nederlanders die klompjes uitdeelden met het verzonnen verhaal dat het nationale geluksbrengers waren. Heeft die legende hier in recordtempo de Turkmenen besmet? Was er een vindingrijke Chinese industrieel die het begrip recycling een nieuwe betekenis heeft gegeven? Of lopen de Nederlanders sinds jaar en dag rond op schoeisel dat zijn oorsprong heeft in Centraal-Azië? In mijn stoutste dromen reis ik, geheel in Boudewijn Büchstijl, deze streken door om het klompenmysterie op te lossen.
Als ik, ter afscheid, Ergesh onder andere vraag de groeten te doen aan zijn vriendin, toont hij fier haar foto. Ze mag er inderdaad zijn, net zoals die vele andere slanke, zwartharige en -ogige Turkmeense vrouwen, vaak opgetooid met felle kleuren. Hij weet te vertellen dat de Oezbeekse vrouwen nog knapper zijn. Nog een motivatie erbij om straks verder te reizen.
Foto’s
3 Reacties
-
veronique:29 maart 2011Ik moet toegeven dat klompen met oogjes er een stuk hipper uitzien dan dezelfde klompen met delfts blauwe molentjes erop. :-)
-
Marnix Speybroeck:29 maart 2011Een foto van die vriendin had ik willen zien, klompjes vind ik maar niks!
-
Marina:30 maart 2011De blauw-witte prullaria heb ik ook gezien in de bazars van Esfahan en Istanbul, zowel klompjes als dat kussende boerenkoppel. Ik vermoed dat het gewoon Chinese overproductie is, ben benieuwd waar je het nog meer gaat aantreffen en of je nog bij de bron belandt.
