Water in de woestijnstad
Voor de animatie op de bus naar Yazd kunnen we rekenen op de talloze Iraanse films, variërend van überbrave slapstick tot romantische komedies waarbij de gewaagdste scène een man en vrouw die naar elkaar glimlachen is. Niet te verwonderen als je voor elke film een beeld met de goedkeuring (stempel en handtekening incluis) van de censuurcommissie te zien krijgt. Daarnaast is er ook nog een liveshow van de buschauffeur die al rijdend gaat rechtstaan en zo de condens van de ruiten veegt - het is al de hele dag aan het regenen. Zijn op het nippertje mislukte inhaalmaneuvers in de bochten laat ik gemakshalve maar achterwege. Als we ook hier affiches met martelaren voorbijrijden vraag ik me af of het om soldaten of busbestuurders gaat.
Eenmaal aangekomen in de woestijnstad trekken we naar het Silk Road Hostel, ons door vriend en vijand aanbevolen als backpackersoase in de woestijnstreek. Pikant detail: het is medeopgericht door een Nijmegenaar. De verhalen kloppen. De aangename, overdekte, binnentuin en sfeervolle kamers in combinatie met het fijne eten en drinken (een échte cappuccino zowaar) doen weldadig aan. Voor de afwisseling zijn er ook eens medereizigers om verhalen mee uit te wisselen. We komen al snel tot de beslissing om de geplande laatste 24 uur in Teheran te vervangen door een extra dagje Yazd.
We zijn hier aangekomen in de habitat van het Zoroastrisme - een oude godsdienst waarin onder andere het vuur aanbeden wordt. De Zoroastriërs waren ook vroege ecologisten: om na de dood de natuur niet te vervuilen hebben ze "luchtgraven" (vergelijkbaar met sommige gebruiken in Zuid-Amerika): de lijken worden op een berg/toren geplaatst totdat de aasdieren ze netjes gerecycled hebben. Tot de jaren '60 werd dit gebruik in ere gehouden; we bezoeken de zogenaamde "torens van de stilte" waar dit gebeurde. Een indrukwekkende plek. Tegenwoordig worden de Zoroastrische doden overigens begraven in betonnen tombes.
De afgelopen dagen heb ik in ome Marco's dagboek gelezen over een ondergronds kanalensysteem in de woestijnstreek tussen Kerman en Yazd. De geschiedenis en onze tocht doorkruisen elkaar weer. In het watermuseum krijgen we de genoemde qanats te zien. Ze worden na honderden jaren nog steeds gebruikt als watervoorziening en er blijkt zelfs een speciaal beroep qanatgraver te bestaan. Deze mannen gaan steeds in een wit gewaad aan het werk, met 2 redenen: om op te vallen in het donker en als lijkwade voor mocht er onverhoopt iets misgaan. Vooruitziende jongens, die qanatiers.
Voor de rest van de namiddag krijgen we er nog een spontane Iraanse gids bij die ons aanspreekt in de Jameh moskee. Hij leert ons onder andere dat de space invadermotiefjes die we overal zien in feite repetities zijn van namen van de profeet en zijn imams. Behulpzaam maar niet opdringerig, nieuwsgierig naar het Westen, we blijven dergelijke mensen tegen het lijf lopen. Ons beeld van dit door het Westen verguisde land zullen ze in elk geval blijvend beïnvloeden.
Op dag twee in Yazd trekken we de woestijn in. Via een excursie van het hotel belanden we in een taxi met een grappige Chinees (met een naam die klinkt als Wan) van in de 40 en nog een Annemiek. Het toeval wil namelijk dat we de ochtend voordien ontdekt hebben dat er nog een Annemiek, zelfde leeftijd, ook Nederlands, in het Silk Road hotel verblijft. Om een en ander compleet te maken leest ze ook nog hetzelfde boek als Annemiek (mijn tijdelijke echtgenote). De chauffeur spreekt geen Engels maar vormt samen met Wan een komisch duo dat zijn weerga niet kent. Wan doopt Ali om tot Ali Baba en weet daar meteen een liedje bij te verzinnen. Mis de video niet!
Ali's taxi brengt ons door de woestijn naar allerlei oude nederzettingen: karavanserais (een soort overnachtingsplaatsen op de karavaanroutes), oude dorpen die uit leem zijn opgetrokken, en een zoroastrisch heiligdom met de voor ons komisch duo hilarische naam Chak-Chak. Dat blijkt druppel-druppel te betekenen en is een heiligdom voor het zoroastrisme. Ik raak aan de praat met iemand van de bezoekers, een Zoroaster die nu in de VS woont. De man vertelt dat er tegenwoordig nog zo'n 20.000 aanhangers zijn in Iran maar dat vele moslims rondlopen met zoroastrische symbolen - al is het maar als tegengewicht voor al het Islamitische fundamentalisme.
Die avond raken we tijdens het eten in het hotel nog aan de praat met andere reizigers. Er lopen nogal wat interessante specimen rond, onder andere een duo Brazilianen met een passie voor fietsen (naar eigen zeggen als transportmiddel, *niet* voor de sport) en bier. Wilde plannen worden gesmeed over een fietstocht door België«, Nederland en Duitsland die beide interesses combineren. Als u volgend jaar een zwalkende groep fietsers ziet passeren weet u hoe ver het is.
PS: foto's, video's, links en spellingscontrole volgen nog maar voorlopig ben ik al tevreden met het kleine wereldwonder dat ik een internetcafé in Turkmenistan gevonden heb om de achterstallige blogs te posten :)
Foto’s
1 Reactie
-
Annemiek:22 maart 2011jeeeee nieuwe verhalen!!! leuk leuk leuk :D ..om opnieuw te lezen en herlezen en herbeleven :) heel fijn! liefs!!
